Creatieve exploratie · archiefstuk
Terug naar CV/AboutHet Andere Blad (1998-2001)
Hoe ik als 11-jarige een wekelijkse mini-krant maakte in Word97, samen met Opa Henkie, met lokale distributie in Leiderdorp/Leiden en uiteindelijk een oplage van 150 exemplaren per week.
Context
Dit stuk leeft bewust als losse archiefpagina vanuit de CV-pagina en is niet als homepage-post opgenomen op index.html.
Van thuisprint en Word97 naar lokale verspreiding, advertenties en een eigen redactionele wereld.
De start op mijn elfde
Tussen 1998 en 2001 maakte ik als 11-jarige het wekelijkse krantje Het Andere Blad: drie pagina's, dubbelzijdig bedrukt, opgezet als een eigen mini-redactie in huis. Het was geen schoolproject en ook geen eenmalige hobby-uitbarsting, maar een terugkerende uitgave die echt ritme en vorm kreeg.
De lay-out maakte ik in Word97, geïnspireerd op de visuele logica van Nederlandse dagbladen zoals de Telegraaf: veel blokken, lijnen, inkleuringen, experimenten met lettertypes en duidelijke rubrieken. Die vroege combinatie van journalistieke selectie, vormgeving en drang om te publiceren zat er dus al heel jong in.
Wat erin stond
De inhoud bestond voor een groot deel uit geregenereerde journalistieke content uit andere Nederlandse media, aangevuld met moppen, een eigen hitlijst en beeldmateriaal dat ik letterlijk knipte en plakte in de opmaak. Zo nam ik bijvoorbeeld een Dagelijks Levens-prent van Peter van Straaten over uit de fysieke editie van Het Parool van dat moment.
Het blad was daarmee tegelijk curatie, redactie, collage en vormexperiment. Ongeveer 80 procent van de kopij was van mijn hand. De rest kwam van een vaste en geliefde mederedacteur: mijn grootvader.
Opa Henkie als vaste rubriekschrijver
Mijn grootvader Hendrik-Jan Rutgers (1922-2015), door mij en anderen Opa Henkie genoemd, leverde ongeveer 20 procent van de inhoud. Hij had zijn eigen rubriek: Wist je dat..., waarin hij binnen één thema vijf tot tien weetjes bundelde. Ook zijn limericks keerden geregeld terug in het blad, passend bij zijn voorliefde voor die dichtvorm.
Daarnaast selecteerde hij content uit Kladblok op NOS Teletekst, een rubriek die eind jaren 90 en begin jaren 2000 dagelijks werd gevuld met opvallende nieuwsfeiten en curiosa. Daardoor kreeg Het Andere Blad iets van een klein familiair nieuws- en cultuurmengsel: deels redactie, deels archief, deels huisstijl in wording.
Van thuisprint naar oplage 150
In het eerste jaar bleef de oplage bescheiden: ergens tussen de 10 en 20 A4-kopieën, thuis geprint. Maar ik wilde al snel groter denken. Via de placematbedrukker die mijn vader kende als Grieks restauranteigenaar kwam er contact met een lokale drukkerij in Leiden. Tijdens een ongerelateerd bezoek ontstond daar sympathie voor het krantje nadat mijn vader erover vertelde.
Omdat mijn vader vaste klant was, was die drukkerij bereid om het blad gratis voor mij te drukken, zolang ze op de achterkant van pagina 3 mochten adverteren. Dat vond ik een prima deal. Zo groeide de oplage in 1999 naar 150 exemplaren per week.
Van 10 à 20 thuisgeprinte kopieën naar 150 gratis gedrukte exemplaren per week — puur omdat een lokaal idee ineens serieus genoeg werd genomen om groter te mogen worden. Het kantelpunt van Het Andere Blad
Distributie, advertenties en spaarpot
Met die oplage kon ik het blad ook echt verspreiden. Ik legde kleine stapels neer bij lokale winkels en plekken in Leiderdorp en Leiden, zoals de Albert Heijn, de kapper, de plaatselijke McDonald's en nog een aantal andere adressen die het prima vonden als ik er vijf tot tien exemplaren achterliet.
Tegelijk benaderde ik diezelfde lokale ondernemers als mogelijke adverteerders. Voor vijf gulden per week konden ze een plekje in het blad krijgen, vaak met hun logo erbij. Vier of vijf adverteerders per week betekende ongeveer twintig gulden inkomsten. Als 11- of 12-jarige gaf ik dat geld nauwelijks uit, dus het ging rechtstreeks mijn spaarpot in.
Waarom dit me is bijgebleven
Ik ben er ongeveer anderhalf tot twee jaar intensief mee doorgegaan en stopte er uiteindelijk mee na mijn eerste middelbareschooljaren, rond mijn dertiende. Maar bijna alle originele exemplaren uit de periode 1998 tot en met 2001 heb ik nog steeds in mijn bezit.
Juist daarom voelt Het Andere Blad niet als een jeugdanekdote die toevallig aardig klinkt, maar als een vroeg bewijs van een patroon dat later is doorgegaan: cureren, schrijven, structureren, vormgeven, publiceren en daar ook een publiek voor vinden. Alleen begon het hier met Word97, schaar, lijm, Teletekst en een grootvader met een rubriek.
Terug naar de korte versie
Op de CV-pagina staat nu een compacte samenvatting van dit verhaal met een nette archieflink, zodat de pagina zelf korter en rustiger blijft.